Aanwijzingen bij het gebruik

De leerkracht bepaalt zelf hoe, wanneer, hoe vaak en voor wie Slimme Teksten worden ingezet. Er zijn wel een paar vuistregels, die deel ik hier. 

Wat zijn het eigenlijk?

1 Slimme Teksten zijn bedoeld voor leerlingen in het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs, niet voor gebruik thuis door ouders en hun kinderen. Als huiswerk zijn Slimme Teksten alleen effectief als ze eerst besproken worden op school.

2 Vrijwel elke Slimme Tekst heeft opdrachten en/of vragen. De antwoorden op de vragen staan in het antwoordenboekje. Extra opdrachten en andere handige dingen staan in het document ‘Slim Doe Meer’.

3 De meeste Slimme Teksten zijn dubbelzijdig A4. Sommige doen het alleen goed op A3, dat staat dan in de bestandsnaam. Slimme Teksten worden in pdf-formaat aangeleverd.

4 Op Slimme Teksten zit auteursrecht. Het is niet de bedoeling de teksten te veranderen, in te korten of op een andere manier te bewerken. Het staat de leerkracht wel vrij de opdrachten en/of vragen wel of niet te gebruiken of er zelf andere opdrachten aan te verbinden.

Hoe gebruik ik ze?

1 Slimme Teksten hebben mijns inziens het meeste effect als de hele groep zich erin verdiept. Uiteraard kun je ze inzetten voor groepjes ‘pluskinderen’, maar Slimme Teksten (hoe hoog het niveau soms ook is) zijn echt geschikt voor de hele groep. Of een tekst ook geschikt is voor jóuw specifieke groep, bepaal je zelf. Ook bij gebruik in aparte groepjes (zoals dus plussers e.d.) is instructie nodig.

2 Het verdient aanbeveling de tekst eerst gezamenlijk te lezen (de leerkracht bereidt zich voor door de tekst al eerder te lezen). Al naar gelang de gewoonte binnen je jaargroep kan dat voorlezen zijn of lezen met leesbeurten of in duo’s. Bespreek in ieder geval na de eerste keer lezen de tekst.

3 De leerkracht bepaalt zelf hoe de groep dan verder gaat met de tekst. Mijn eigen ervaring is dat een coöperatieve structuur (groepjes, duo’s, etc.) het beste werkt bij de verwerking van een Slimme Tekst. Maar de ene tekst is de andere niet en de ene leerkracht is de andere niet.

Er zijn veel wegen die naar Rome leiden. En welk ‘Rome’ bedoelen we? Wil je strategieën en structuren behandelen of kies je voor de close reading-benadering? Vandaar dat de leerkracht de vrijheid heeft te bepalen hoe Slimme Teksten worden ingezet. Bovenstaande zijn vuistregels die ik zelf in mijn groep toepas en die goed werken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *